>


KroatiŽ tussen de twee
Wereldoorlogen

(deel 1) (deel 2)
Kort voor het einde van de Eerste Wereldoorlog, op 29 oktober 1918, verbrak het Kroatische Parlement zijn banden met Oostenrijk-Hongarije. Kort daarop besloten ze om een staat te vormen samen met de Slovenen en de ServiŽrs, met de intentie een staat te vormen die ale Zuid-Slavische volkeren van het voormalige Oostenrijks-Hongaarse Rijk zou samenbrengen.

Het zwakke JoegoslaviŽ
De jonge staat was nog niet goed gevormd, en bleek al het zwakke broertje te zijn in de regio. Na de oorlog behield ItaliŽ het schiereiland IstriŽ, de stad Zadar en het eiland Lastovo, en maakte aanspraken op de ganse Adriatische kust en zelfs meer dan dat. In de havenstad Rijeka was er bovendien een pro-Italiaanse beweging, die de relaties met ItaliŽ er niet gemakkelijker op maakten. (Na het Verdrag van Rome in 1924 werd de de stad Rijeka en de haven verdeeld in een Italiaans en een 'Joegoslavisch' deel). Ook de Koninkrijken van ServiŽ en Montenegro - die bij de winnende partijen hoorden - hadden interesse in het grondgebied van het oude Oostenrijk-Hongarije.

De 'Volksvergadering' (Narodno vijece), gedreven door een vijftig jaar lange traditie, koos voor het samengaan met de Oost-Slavische buren en voegde zich bij ServiŽ-Montenegro om samen het Koninkrijk van de ServiŽrs, Kroaten en Slovenen te worden op 1 december 1918. Het nieuwe land werd geregeerd door de Servische Dynastie van Karadordevic en had een parlement (Skupötina) met vertegenwoordigers uit de verschillende regio's.

Bedrogen
De Kroaten verwachtten een betere behandeling van hun Slavische 'broeders' dan wat ze verwachtten van hun mogelijke Italiaanse overheersers, maar werden als snel ontdaan van politieke macht in het Koninklijke JoegoslaviŽ. Kroaten vormden in het parlement wel een veelbetekenende minderheid, maar waren enkel goed om de oppositie te leiden, daar waar de Servische partijen meerderheids-regeringen vormden met verschillende Moslim-en Katholieke partijen (Yugoslav Muslim JMO, Albanian/Turkish Cemiyet, Slovene-Bunjevac clericals).

Op 28 juni 1921 werd een belangrijke grondwetswijziging van kracht welke het centrale gezag naar Belgrado verhuisde en meteen ook de interne grenzen hertekende. Door deze hertekening kwamen de ServiŽrs meteen in de meerderheid in bijna alle regio's. Deze grondwetswijziging werd geboycot door bijna alle Kroatische partijen : De Kroatische Boerenpartij (HRSS), De Republikeinse Partij en de Sociaaldemocratische Partij.

De Boerenpartij
De Boerenpartij en haar leider Stjepan Radic bevocht reeds van in den beginne de nieuwe staat, en werd later veroordeeld door de nieuwe regering. Radic werd in 1925 gevangengezet en pas vrijgelaten nadat de partij officieel zijn steun had toegezegd aan de nieuwe staat, ťn het woord republikeins uit de naam van de partij had verwijderd. Het dissidente was blijkbaar volledig uit de partij verdwenen toen Radic toedrad tot de regering van Nikola Pasic in 1925, regering die al in 1927 viel. Radics partij vormde dan een coalitie met de Onafhankelijke Democratische Partij van Svetozar Pribicevic, een Servische partij uit het westelijke gedeelte van het land, om zo het land te kunnen leiden. In 1928 kreeg de coalitie een mandaat om een regering te vormen, maar faalde in dat opzet.

(deel 2)






Logo Made in Flanders vandaag 22-11-17, laatst aangepast op 06-12-15. © Hans Van Mulders