>

Dalmatische geschiedenis.


Oude verhalen - Deel IV - pagina 3 - pagina 4

Wegen zijn zeldzaam, maar zij zijn volkomen veilig, ondanks het woeste karakter van het land, het krijgshaftige min of meer ruwe voorkomen der bewoners en het arsenaal van wapens dat iedereen hier steeds bij zich draagt. De DalmatiŽr is gastvrij en geheel onbekend met die streken en kunstgrepen, die geen ander doel hebben dan de reiziger af te zetten en zoveel mogelijk voordeel uit hem te trekken. De levenswijze is meer dan eenvoudig en vordert dus niet veel uitgaven. De enige uitgave, waar men niet buiten kan, is die voor de middelen van vervoer. Op de weinige grote wegen is het vervoer, zelfs per as, zeer duur en wanneer men de bergpaden moet volgen en paarden, muilezels en gidsen moet huren, dan loopt dit betrekkelijk zeer hoog op maar daar de overige uitgaven weinig te betekenen hebben, weegt het een weer tegen het ander op. Wie in DalmatiŽ wil gaan reizen, moet zorgen altijd wat brandewijn en enige opgelegde spijzen bij zich te hebben want het is mij meermalen overkomen, dat ik na een vermoeiende rit van tien uur langs bijna onbegaanbare wegen, in een armelijke woning terecht kwam, honger moest lijden omdat de bewoners, ook met de besten wil der wereld, mij zelfs geen ei of een handvol rijst konden verschaffen .

De Illyrische oorlogen leverden dit land in handen der Romeinen, die het in drie provinciŽn verdeelden, een soort van vazalstaten, welke wel het oppergezag van Rome erkende maar overigens een grote mate van zelfstandigheid behielden. Het Dalmatische gemenebest was voorspoedig en welvarend. Het telde niet minder dan tachtig steden en was in staat legers op de been te brengen, die het oppergezag van Rome miskenden, zelfs de Romeinse koloniŽn te Lissa en Trau aantastten. Deze riepen de hulp in van de Senaat en nu begon een reeks van oorlogen, die honderdvijftig jaar lang voortduurden. Wel een bewijs, dat de Romeinen hier met een dapper en energiek ras te doen hadden. Agrippa, Tiberius, Germanicus, Octavius-Augustus moesten het land voet voor voet veroveren. In het negende jaar der christelijke jaartelling was geheel DalmatiŽ eindelijk voorgoed onderworpen aan de heerschappij van het keizerlijke Rome. Tot dusver had het land de naam gedragen van IllyriŽ; nu werd het DalmatiŽ genoemd en daar het ongehoorzaam was geweest aan het gezag van de machtige metropolis, moest het voortaan alle zelfstandigheid missen. Dit gemis werd echter opgevuld door grote bloei en ongekende voorspoed. Verder deelde DalmatiŽ in de lotgevallen van het Rijk. Toen de barbaren uit het oosten naar het westen drongen, vernielden zij op hun weg al die bloeiende en prachtige steden, waarvan wij nog de verstrooide ruÔnen aanschouwen: Scardona, Salona, Epidaurus, Nona, Promona en zovele andere.

Achter de Gothen en Avaren komen de Kroaten en de ServiŽrs, die het land onder zich verdelen
Dan komt DalmatiŽ onder de heerschappij der Griekse Keizers. Later tijdens de oorlogen tussen de Turken en het wegstervende Byzantijnse Rijk, nemen de Koningen van Hongarije de plaats van de Keizers in. Beurtelings oefent bijna iedereen de heerschappij in DalmatiŽ uit: de Sarracenen, de Venetianen, de Napolitanen, zelfs de Genuezen. De piraten van Narenta richten zulke verwoestingen aan dat VenetiŽ de DalmatiŽrs ter hulp komt en als prijs voor deze bescherming, hen de onafhankelijkheid ontneemt. >>> pagina 4






desktop
Logo Made in Flanders vandaag 21-9-19, laatst aangepast op 06-12-15. © Hans Van Mulders